Hier scherper toezicht, daar betere naleving / Trends in inspectie

Print     PDF

De Inspectie Leefomgeving en Transport houdt toezicht op onder andere transport gevaarlijke stoffen (alle modaliteiten) en ook binnen Brzo-bedrijven. Waar de meeste aandacht naar uitgaat, wordt bepaald door de praktijk: hoe beter het gaat, hoe minder toezicht en controle er nodig is. Ook de manier van toezicht houden verandert, en zoveel mogelijk wordt de samenwerking opgezocht. Wat zijn op dit moment en de nabije toekomst de aandachtspunten voor deze dienst?


Een druppellekkage op het spoor kan grote impact hebben (bron foto: Henk Bril)

Uit het aantal geregistreerde meldingen bij ILT blijkt, ondanks de vele inspanningen van de betrokken partijen (onder andere Kenbare gebreken, zie kader), dat het probleem van de druppellekkages op het spoor niet is verminderd. Positief hieraan is wel weer dat bedrijven zich steeds beter aan de meldplicht houden. Jaarlijks zijn er tussen de vijfenveertig tot vijftig meldingen van lekkages gevaarlijke stoffen op het spoor.

Een druppellekkage op het spoor heeft grote impact. Er kan sprake zijn van oponthoud van de trein, het eventueel ontruimen van stations, het buiten gebruik stellen van sporen, inzet van hulpdiensten, het onderzoek doen naar de oorzaak ter voorkoming van herhaling van een lekkage, (grote) financiële kosten, persberichten en maatschappelijke onrust.

Afsluiters

Druppellekkages ontstaan veelal doordat in de losleiding van een reservoirwagen of tankcontainer vloeistof aanwezig is in combinatie met (een) niet goed afsluitende afsluiter(s). ILT gaat de komende maanden verscherpt toezicht houden op de invulling van de veiligheidsplichten van de vuller en losser (ADR 1.4.3). Dit toezicht gaat zij uitoefenen bij alle vullers en lossers in Nederland die een spoorwegaansluiting hebben. Ook gaat ILT de laad- en losprocedures (ADR 1.4.3.3 respectievelijk 1.4.3.7.1) toetsen die moeten leiden tot het waarborgen van de dichtheid van de afsluitinrichtingen. Daarnaast gaat zij nog meer toezicht houden op de feitelijke belading en lossing van de reservoirwagens. De vuller moet procedures vaststellen om voor en na het vullen de juiste werking van de sluitingen van de tank van een reservoirwagen te controleren en de dichtheid van de afsluitinrichtingen te waarborgen. Ook informeert ILT de vertegenwoordigers van zowel de VNCI en de VOTOB.

Betere naleving

Een ander punt waar trends te herkennen zijn. Nederland kent ongeveer vierhonderd ondernemingen die vallen onder het Besluit risico’s gevaarlijke ongevallen 2015 (Brzo). Jaarlijks houdt ILT toezicht bij ongeveer honderd Brzo-bedrijven. De inspectie constateert twee trends. Allereerst blijkt regelmatig dat het personeel minder goed of niet is opgeleid. De internationale voorschriften (ADR, RID, ADN, IMDG) schrijven voor dat personeel, werkzaam en betrokken bij het vervoer van gevaarlijke stoffen, al naar gelang hun taken en verantwoordelijkheden moet zijn opgeleid. En Brzo-bedrijven hebben altijd met deze regelgeving te maken, omdat hun activiteiten altijd voorafgaan of aansluiten aan het transport. Met name in aansluitend transport tussen bijvoorbeeld weg- en zeetransport zouden de opleidingen beter geïmplementeerd kunnen worden.

Daarnaast valt op dat het afgevoerde, gevaarlijk afval vanuit Brzo’s niet aan de wet- en regelgeving voldoet. Dit komt vermoedelijk omdat het afvoeren van gevaarlijk afval niet de core business van de betreffende onderneming is. Het gaat dan om de volgende overtredingen:

  • kenmerking van de verpakking;

  • etikettering van de verpakking;

  • ondeugdelijke/niet UN-gekeurde verpakkingen;

  • onjuiste classificatie.

Blij is de inspectie met de rol van de veiligheidsadviseur bij de Brzo’s. De rol en taken van deze adviseur zijn beter belegd binnen de onderneming. De inhoud van de jaarverslagen is kwalitatief gestegen. En tot slot ziet de inspectie dat de voorschriften voor beveiliging, zoals omschreven in veiligheidshoofdstuk 1.10 ADR, RID en ADN, beter worden ingevuld. Kortom, allemaal aspecten waardoor de naleving verbetert.

Eerste voetje

En dan wat aandachtspunten bij de binnenvaart. Om statische oplading te voorkomen, moet de laadsnelheid bij het starten van het vulproces van een ladingtank beperkt zijn. Vooral tijdens het zetten van het ‘eerste voetje’ (de eerste twintig tot dertig centimeter). Explosies die in het verleden plaatsvonden, waren vermoedelijk een gevolg van statische oplading door te snel laden. Dit vormt een risico, en deze ongewenste situatie probeert ILT te voorkomen. Vanaf juni 2018 verscherpt ILT het toezicht bij de op- en overslagterminals. Ook vindt regelmatig overleg plaats met vertegenwoordigers van de branche, over de laad- en lossnelheden.

Een zorgpunt blijft de vervoersdocumentatie in alle modaliteiten, met name in de binnenvaart. Helaas ziet de inspectie dat vervoersdocumenten onvolledig zijn. Zowel voor de droge lading als voor de binnentankvaart moet de naleving verbeteren. Naast het opmaken van een proces-verbaal wordt ook bestuursrechtelijk gehandhaafd (de zogeheten ‘Last onder dwangsom’) door de inspectie. Hierbij legt de inspectie vooral de nadruk op de plicht van de afzender tot het opmaken en leveren van het vervoersdocument.

Tot slot blijft het ontgassen van ladingtanks een voortdurend punt van aandacht. Vooral het ontgassen op een veilige manier.


Opslag gevaarlijke stoffen bij een Brzo-bedrijf bron foto: ILT

Tussentijdse reparatie

Ook kan ILT aan de basis staan van wijzigingen in regelgeving. ILT voert regelmatig overleg met het beleid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, bijvoorbeeld over regelingen. Op dit moment gaat het om een wijziging van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen en een wijziging van de bijlagen 3 VLG, VSG en bijlage 4 VBG (aanwijzing erkende instanties als bevoegde autoriteit). Dit is een tussentijdse reparatie van de regelgeving om bepaalde taken die nu aan ILT zijn toegewezen specifiek te beleggen bij de erkende instantie. Een voorbeeld hiervan is het goedkeuren van kwaliteitsborgingsystemen van verpakkingen.

Met de beoogde wijziging van de Regeling wil ILT ook de handelingen waarvoor een instantie kan worden erkend ruimer omschrijven. Bij deze wijziging wordt de erkenning niet afgegeven op sectieniveau maar op de handelingen zelf, zoals het beproeven alsmede het afgeven van certificaten en kenmerken voor drukhouders, verpakkingen, grote verpakkingen, IBC’s en tanks.

Het systeem van erkennen en het houden van het toezicht hierop heeft in de loop van de jaren zijn waarde bewezen. ILT heeft nog meer inzicht gekregen in de werkzaamheden en het proces van de instanties die door haar zijn erkend.

In 2016 hield ILT een presentatie bij de internationale werkgroep (werkgroep keuren en certificeren van tanks), onder het mandaat van de Joint Meeting van de Verenigde Naties. Internationaal wordt onvoldoende toezicht gehouden op de instanties die tanks keuren (zie ook blz. 28 in dit nummer). Dit leidde in deze werkgroep tot een concreet voorstel dat in december 2018 opnieuw geagendeerd staat. Hopelijk wordt dit voorstel doorgezet naar de Joint Meeting en zal het uiteindelijk leiden tot gewijzigde Europese regelgeving.

Multilateraal

Het toezicht op het transport van gevaarlijke stoffen wordt door de handhavingsdiensten in de verschillende landen in Europa op verschillende wijze uitgevoerd. De verschillen in handhaving zijn groot, door bijvoorbeeld de diverse werkwijzen, competenties, interpretaties van regelgeving, opleiding en ervaring van controlepersoneel, uitrusting, enzovoort.

Binnen de Euro Contrôle Route (samenwerkingsverband van de Europese weginspectiediensten - ECR) zijn er op dit moment initiatieven om meer internationale harmonisatie aan te brengen in het toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit binnen het kader van de Controlerichtlijn 95/50/EG. Met dit doel is de werkgroep ‘ECR Harmonie Sub Working Group ADR’ (zie kader) opgericht. Dit is een samenwerkingsverband van inspecties uit Duitsland, Frankrijk, Polen en Roemenië en Nederland. De werkgroep wil:

  • de controlerichtlijn actualiseren, waardoor handhavers in Europa nog meer op dezelfde manier het vervoer van gevaarlijke stoffen controleren;

  • een jaarwerkplan opstellen, waarin ook grenscontroles zijn opgenomen (ADR Crossborder Enforcement);

bijeenkomsten voor controlepersoneel organiseren, waardoor uitwisseling van kennis en kunde toeneemt.

Op dinsdag 22 mei 2018 vond in de haven van Antwerpen een Benelux-controle plaats, binnen de Euro Contrôle Route. Bij deze samenwerking werkten zestien Europese weginspectiediensten samen, op verzoek van Europese Commissie. Hierdoor vond uitwisseling van multilaterale controles plaats op het gebied van gevaarlijke stoffen op de weg. Dit type controles zal de komende periode ook in Nederland en West-Duitsland plaatsvinden. De aanwezige delegatie van de Europese Commissie toonde interesse en sprak haar lof uit over de manier waarop deze controle verliep. Medio juni spreken de leden hierover in de TDG-vergadering van de Europese Commissie in Brussel.

Coating

Afgelopen jaren kwamen in ons land diverse incidenten voor tijdens het vervoer van bijtende vloeistoffen. Voorbeelden zijn: lekkages van bijvoorbeeld zoutzuur door de wand van de tankoplegger tijdens diverse transporten, het onbedoeld vrijkomen van bijtende dampen tijdens het laden of lossen. Dit zijn incidenten met grote impact voor de weggebruikers en de omgeving.

Nadat een mogelijke trend waarneembaar was, is verder gericht onderzoek gedaan naar dit type incidenten. De vermoedelijke oorzaak bleek te liggen in de coating die het staal van de opleggers moet beschermen tegen de bijtende werking van het product. De dikte van coating was onvoldoende veilig en bleek soms ook beschadigd. Het ADR geeft geen richtlijn voor de dikte van de coating. En kent daarnaast ook geen normen voor eventuele degeneratie van de coating.

In overleg met de eigenaar van de tankopleggers is een plan opgesteld. Dit plan omvatte het onderzoeken van tientallen tankopleggers door de inspectie. Hierbij is vooral onderzoek gedaan naar de staat en de dikte van de aangebrachte coating. Na het opstellen van een meetprotocol heeft een gespecialiseerd meetbureau deze opdracht uitgevoerd, waaruit bleek dat de dikte van de coating bij deze tankopleggers onder de norm van de leverancier lag. Dit onderzoeksresultaat leidde tot het opnieuw laten aanbrengen van een beschermde coating en het aanpassen van de interne werkinstructies bij de eigenaar van de tankoplegger. In goede samenwerking met deze onderneming is herhaling van een dergelijk incident in de afgelopen achttien maanden voorkomen.

Meer informatie