Robert Tieman

Auteur(s)
Magazine editie

Men is het er inmiddels wel over eens dat het varend ontgassen van schadelijke stoffen een halt moet worden toegeroepen. Regionaal worden er steeds meer ontgassingsverboden ingesteld, en internatonaal wordt er gewerkt aan de implementatie van het nieuwe Scheepsafvalstoffenverdrag. De nationale overheid zet in op dit langdurige proces.

Auteur(s)

In 2013 is er een wijziging in het randnummer 7.2.4.25.5 van het internationale ADN-verdrag van toepassing geworden. De wijziging betrof een andere indeling van de stofspecifieke (vloeistof)eigenschappen van stookolie: deze stof werd gekoppeld aan UN 3082 (milieugevaarlijke vloeistof, stookolie n.e.g.). Hierdoor was het tot dan toe toegestane transport in zogenaamde open tankschepen niet langer mogelijk: er werd een hoger milieu- en  veiligheidsniveau bewerkstelligd door middel van gesloten tankschepen.

Auteur(s)

Het Scheepsafvalstoffenverdrag werd op 9 september 1996 gesloten tussen de zes Europese Rijnvaartlanden: België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zwitserland. Het gedeelte van het verdrag dat gaat over de ladingrestanten trad op 1 november 2009 in werking middels een nationaal besluit en nationale regeling: het Scheepsafvalstoffenbesluit (SAB) en de Scheepsafvalstoffenregeling (SAR). Rijkswaterstaat handhaaft de waterzijde, de Regionale Uitvoeringsdiensten de landzijde.

Auteur(s)
Magazine editie

Het emitteren van vluchtige ladingdampen vanuit de tanks van binnenvaartschepen - het zogenaamde ontgassen - is schadelijk voor mens en milieu. Na jarenlangs inspanningen ligt er nu een pakket aan maatregelen om het varend ontgassen terug te dringen.

Auteur(s)

Ik wil hier graag de volgende stelling poneren:

Er is nog nooit grondig onderzocht welk (wettelijk) instrument het beste is om ontgassen van binnenvaartschepen te regelen. De voorsortering voor het Scheepsafvalstoffenverdrag door de staatssecretaris is dan ook prematuur.

Mijn onderbouwing daarvoor is als volgt:

Auteur(s)
Magazine editie

Op 1 oktober jl. is redactielid Evert Wijdeveld, beleidsadviseur Milieu bij Deltalinqs, met pensioen gegaan. Ter gelegenheid van zijn afscheid hield Deltalinqs op 26 september een symposium. Wijdeveld en Deltalinqs onder de loep.

Auteur(s)

Eerder dit jaar ontstond er onduidelijkheid over het transport van Ferrosilicium UN 1408 klasse 4.3 conform de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG). De onduidelijkheid ontstond doordat de wetgeving in de praktijk geruime tijd anders is geïnterpreteerd door zowel afzenders, beladers als vervoerders. Daarnaast zijn er sinds de introductie van de wetstekst in 2005 geen corrigerende signalen geweest vanuit het Ministerie over deze door het bedrijfsleven gehanteerde interpretatie.

Auteur(s)

Tijdens een extra ingelaste vergadering van het Duitse ministerie van Transport (BMVBS) in mei 2012 werd de problematiek besproken rondom het transport van steenkolen. Eind 2011 was er een aantal incidenten op de Rijn met losgestorte kolen waarbij de hulpdiensten waren ingeschakeld en waardoor het fenomeen ‘broei’ veel aandacht heeft gekregen. Tijdens de bijeenkomst waren vertegenwoordigers van het binnenvaartbedrijfsleven (EBU), Duitse waterpolitie, BMVBS, VDKi (Verein der Kohlenimporteure), Belgische overheid, energiebedrijven  en DB (Deutsche Bahn) aanwezig.

Auteur(s)

Onlangs is duidelijk geworden dat bedrijven die in de haven van Antwerpen bunkeractiviteiten uitvoeren met binnenschepen erkend moeten worden door de Havenkapitein Commandant, de heer J. Verbist. Deze verplichting was al een enige jaren van kracht.

Auteur(s)

Al sinds enige tijd is er veel te doen geweest rondom de tekst in de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (ADN) betreffende de hoeveelheid losgestorte goederen. Uit informele pogingen om over de tekst verduidelijking te krijgen blijkt dat de meningen verschilden tussen experts.