Nils Rosmuller (IFV): Volledig gedesoriënteerd

Print     PDF

De afgelopen weken viel mij op dat er veel te doen is over de informatievoorziening bij incidenten. Als het gaat om fysieke veiligheid zie ik dat we kansen laten liggen om rampen te voorkomen, dan wel om effecten van ongevallen zo veel mogelijk te beperken. Ik zoom in op het onderliggende wegennet en het vervoer van gevaarlijke stoffen hierover, want wat daar gebeurt stemt mij diep droevig.

In Nederland kennen we de mogelijkheid dat (lokale en regionale) wegbeheerders wegen binnen hun grenzen aanwijzen waarover bepaalde (zeer gevaarlijke) stoffen verplicht vervoerd worden. We spreken van routering gevaarlijke stoffen. Meer dan twaalf jaar geleden meldde de Inspectie Verkeer en Waterstaat (2005)  al dat die informatievoorziening niet optimaal is. Van Rossum heeft in 2014 haarfijn aangetoond dat de informatievoorziening over de routes gevaarlijke stoffen aan alle kanten rammelt: een landelijke overzicht ontbreekt, wegbeheerders presenteren de informatie naar eigen goeddunken (met veel variatie en onduidelijkheid), routering tussen verschillende gemeenten sluit niet altijd aan, en bebording langs de wegen is nogal eens onjuist of ontbreekt volledig. Samen met Van Rossum (Gevaarlijke Lading 2-2015) heb ik vier mogelijkheden benoemd voor verbetering, onder andere een landelijke routeringskaart: een overzicht van alle routes gevaarlijke stoffen in Nederland, op een uniforme wijze weergegeven op een kaart en te allen tijde oproepbaar. Hiertoe hadden Van Rossum en ik in 2014 een al behoorlijk ver uitgewerkte versie gerealiseerd in een geografisch informatiesysteem (GIS).

En nu mijn droefenis. De gevulde (GIS-)database was vrij beschikbaar, maar veelal liepen de gesprekken spaak op het beheer van de database. Het was eerst vorig jaar dat een overheidsinstantie hier werk van wilde maken. De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) zag hierin een mooie uitbreiding van haar informatievoorziening aan transporterend Nederland. ‘Holadijee!’, zou je denken: eindelijk kunnen we chauffeurs en logistiek planners van transportondernemingen, gemeentelijke beleidsmakers en inspecteurs op een uniforme en adequate wijze, 24/7, voorzien van informatie over de aangewezen wegen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Maar wat zeer recent mijn verbazing schetst is de houding van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Het ministerie geeft aan dat om een volgende stap te kunnen zetten, het voor de RDW van belang is dat er een concrete vraag vanuit het ministerie van IenM zou moeten volgen, voor de ontwikkeling van een zogeheten uitvoeringstoets. IenM beraadt zich nu dan ook op een volgende stap. En wil, voordat zo’n (verder oriënterende) stap gezet wordt, met de RDW bezien of er aansluiting mogelijk is met andere generieke systemen.

Mijn broek zakt af, en niet alleen die van mij, maar ook van andere betrokkenen. Na twaalf jaar is er niets concreets gebeurd vanuit het ministerie dat inzet op, ik quote de website : “… leefbaarheid en bereikbaarheid, met een vlotte doorstroming in een goed ingerichte, schone en veilige omgeving.” Dat de overheid kennelijk niet in staat is om anno 2017 de routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen centraal aan te bieden met alle technologische mogelijkheden die er zijn, is treurig te noemen. Wat mij betreft is de “zogeheten uitvoeringstoets” een uiterst teleurstellende ‘stap’ en op zijn minst eentje in de verkeerde richting. In mijn optiek zijn ze op het ministerie in dezen volledig gedesoriënteerd - de weg volledig kwijt.

Nils Rosmuller is lector Transportveiligheid bij het IFV

Rubriek