Blogs

Je hoort het nogal eens: we moeten leren van incidenten. Tal van symposia en workshops hebben deze titel of een variant hierop. Of het nu gaat om veiligheid in de bouw, brandweerinzetten of … het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Met de allesverzengende hitte van de vorige week en de zomervakantie van enkele weken geleden achter de rug storten we ons allen weer op ons werk. Werk dat in Nederland onderbroken wordt door een lunchpauze (van een half uurtje rond 12.00 uur). In zuidelijke landen zoals Italië en Frankrijk (waar ik mijn zomervakantie heb doorgebracht) wordt deze pauze grondiger aangepakt: de siësta. Van circa 13.00 tot 16.00 uur wordt er amper gewerkt. Ik moet erkennen: ik heb hier sinds mijn zomervakantie met temperaturen boven de 35 °C - dag in dag uit - (meer) begrip voor gekregen.

Het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen heeft de laatste maanden veel aandacht gekregen in de (lokale) media en in de Tweede Kamer. In de kern betreft de aandacht de risicoplafonds voor het spoorvervoer, maar dat communiceert niet makkelijk in 144 tekens of in krantenkoppen. Dus beperkt men zich tot ferme korte uitspraken en(dis)kwalificaties.

22 juli: “Een vrachtwagen geladen met chemicaliën heeft vrijdagavond korte tijd voor onrust gezorgd op de parkeerplaats van tankstation De Schaar aan de A12 bij Arnhem. Omstanders roken een sterke chemische lucht bij de vrachtwagen en belden de brandweer. Die is met speciale pakken de trailer ingegaan voor onderzoek. De Deense vrachtwagen zou een lading waterstofperoxide vervoeren”. Bron: Omroep Gelderland.

Transport is per definitie internationaal. Zo ook voor een aanzienlijk deel het vervoer van gevaarlijke stoffen. Om dit vervoer zo soepel mogelijk te laten verlopen, een minimumniveau van veiligheid te ‘garanderen’ en verschillen tussen landen zo veel mogelijk te elimineren is er in Europees verband wet- en regelgeving geformuleerd: ADR, RID en ADN.  Zo ook in Groot-Brittannië. Gisteren heeft de bevolking van Groot-Brittannië  voor een vertrek uit de Europese Unie gestemd (51,9 procent).