Onderzoek ILT: te weinig aandacht bij Chemours en afvalketen voor uitstoot GenX-stoffen

Print     PDF
Rubriek

Minister Van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Van Veldhoven (beiden IenW) hebben het rapport 'Afvalstromen van Chemours' van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit betreft het onderzoek naar de verwerking van afvalstromen van chemieconcern Chemours in Dordrecht, dat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is uitgevoerd. 

Kankerverwekkend

Uit het onderzoek blijkt dat de mogelijk kankerverwekkende stoffen die Chemours in Dordrecht gebruikt bij zijn GenX-technologie via afvalstromen in de lucht, de grond en het water terechtkomen. Het chemiebedrijf vertelt niet aan zijn afvalverwerkers en afvaltransporteurs dat deze zogeheten FRD-stoffen daarin zitten. Bij verwerking van het afval worden die stoffen er niet uit gehaald.

Waar precies de FRD-uitstoot plaatsvindt en in welke mate, kan de inspectie op basis van de beschikbare informatie niet zeggen. Het inspectieonderzoek richt zich op de verwerking van de FRD-houdende stromen in de keten. De ILT heeft niet gekeken naar de hoeveelheden in de afvalstromen en of hiermee wet- en regelgeving is overtreden.

Zeer zorgwekkende stoffen

Chemours gebruikt FRD-stoffen bij de productie van coatings zoals anti-aanbaklagen. FRD-stoffen ofwel fluorhoudende stoffen staan op de lijst van ‘potentieel zeer zorgwekkende stoffen’ (RIVM). Uit  oogpunt van de wettelijke zorgplicht (Wet milieubeheer) mag daarom van Chemours, afvalverwerkers, transporteurs, provincies, gemeenten en waterschappen worden verwacht dat zij maatregelen nemen om uitstoot van FRD-stoffen te voorkomen en te beheersen. Bij de afgifte van het afval en de verkoop van producten zou dan ook het FRD-gehalte moeten worden vermeld, aldus de ILT.

Chemours zegt maximaal 40 procent van alle gebruikte FRD-stoffen terug te winnen. Ongeveer 55 procent van de FRD komt in het afval terecht en de overige 5 procent gaat mee in het eindproduct of wordt uitgestoten naar water en lucht. Chemours meet niet of zijn afvalstromen FRD-houdend zijn. Het bedrijf bepaalt dat op basis van zijn productieproces. De ILT heeft niet kunnen vaststellen dat het chemiebedrijf voor deze afweging een sluitende procedure heeft. Uit de afvalstoffenadministratie is niet altijd te achterhalen wat de soort en de herkomst van de afvalstromen zijn. Bij het ILT-onderzoek kwam naar voren dat een afvalstroom FRD-stoffen bevatte, terwijl deze er op basis van het productieproces niet in hoorden te zitten.

Oppervlaktewater

Chemours informeert zijn afvalverwerkers niet dat er FRD-stoffen in de afvalstromen zitten. Zelf controleren de verwerkers het afval hier niet specifiek op. Het afvalwater van Chemours wordt door de verwerkers gezuiverd en daarna meestal geloosd op het oppervlaktewater. De zuiveringsmethode haalt de FRD-stoffen echter niet uit het te lozen water, waardoor ze in het oppervlaktewater terecht komen. FRD-stoffen worden alleen vernietigd door zeer sterke verhitting. De tankwagens waarin het afvalwater wordt vervoerd, worden na gebruik niet altijd gereinigd. Evenmin controleren de transporteurs de tanks op de aanwezigheid van FRD-stoffen. Daardoor kunnen andere vrachten hiermee besmet raken. Indien de tanks wel worden gespoeld, belandt dit spoelwater met mogelijk FRD-stoffen in het riool.

Enkele afvalverwerkers accepteren inmiddels geen afvalstromen van Chemours meer.

Rapport 'Afvalstromen van Chemours' (Inspectie L&T)