Ook in Flevoland komt verbod op varend ontgassen

Print     PDF

Ook in Flevoland wordt een verbod ingesteld op varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende koolwaterstoffen in de binnenvaart. Dit is gebeurd bij het voorstel van Provinciale Staten voor de vaststelling van de zesde wijziging Verordening voor de fysieke leefomgeving (VFL) 2012. Het voorstel stelt dat het uit het oogpunt van bescherming van mens en natuur wenselijk is om varend ontgassen door binnenschepen op Flevolandse wateren te verbieden. Landelijke regelgeving daarvoor laat te lang op zich wachten. Deze VFL 2012 beschermt mens en natuur tegen de schadelijke gevolgen van (verhoogde) concentraties benzeen in de lucht.

CDNI

In juni 2017 heeft de Conferentie van Verdragsluitende Partijen van het CDNI in Straatsburg overeenstemming bereikt over het instellen van een internationaal verbod op varend ontgassen. De
implementatie van dit verbod in landelijke wetgeving duurt naar verwachting nog minimaal drie tot jaar zes jaar. Dat betekent dat de zesde wijziging van de VFL 2012 tijdelijk van karakter zal
zijn, aldus het voorstel. In de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Utrecht en Noord-Holland geldt al een verbod op varend ontgassen. In Zeeland is het verbod uitgesteld tot 1 juli 2018.

Extra kosten

Het Statenvoorstel stelt ook dat het verbod op varend ontgassen leidt tot extra kosten voor verladers en/of vervoerders. De keuze van de te treffen maatregelen en de omvang daarvan berust primair bij marktpartijen. Dit wijzigingsbesluit zal kunnen leiden tot een toename van de kosten van het vervoer van benzeen en benzeenhoudende koolwaterstoffen. De kosten zijn geschat op tussen de 1.200 tot 3.000 euro per schip per vracht, aldus Provinciale Staten van Flevoland.