Staatssecretaris geeft toelichting op risicoplafonds Basisnet

Print     PDF

In een brief aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Van Veldhoven (I&W) een toelichting gegeven op de overschrijdingen van de risicoplafonds voor het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen en haar aanpak om tot een effectiever Basisnet spoor te komen. Ze benadrukt dat er geen sprake is van nieuwe besluitvorming rondom een mogelijke aanpassing van de risicoplafonds.

PR 10-6 contour

Voor externe veiligheid (in allerlei domeinen, zoals chemische bedrijven, tankstations, buisleidingen, (vaar)wegen en spoorlijnen) wordt er één veiligheidsnorm gehanteerd: geen kwetsbare objecten, zoals woningen, binnen de PR (plaatsgebonden risico) 10–6 contour. Voor het spoor houdt dit in dat er geen woningen mogen staan op plaatsen waar het risico op overlijden als gevolg van een ongeluk met een goederentrein met gevaarlijke stoffen groter is dan 1 op een miljoen per jaar. Aan deze norm wordt in heel Nederland voldaan, aldus Van Veldhoven.

Overschrijding risicoplafonds

Met de invoering van Basisnet is per locatie bepaald tot waar deze PR 10–6 contour ten opzichte van het spoor (en ook water en weg) mag komen. Dit noemen we de risicoplafonds en deze zijn uitgedrukt in meters vanaf het spoor. In een poging om vervoerders te stimuleren het vervoer van gevaarlijke stoffen maximaal via de Betuweroute af te wikkelen is op sommige andere trajecten, zoals de Brabantroute en de Bentheimroute, de PR 10–6 contour kunstmatig dicht op het spoor gelegd, door het risicoplafond lager te leggen dan vanuit oogpunt van veiligheid nodig is. Daardoor ontstaat bij extra vervoer snel een overschrijding van de risicoplafonds, terwijl de veiligheidsnorm voor de dichtbijgelegen woningen niet wordt overschreden. 

Modal shift

De staatssecretaris wil werken aan een effectiever Basisnet spoor. Ze wil met alle betrokken partijen kijken hoe om te gaan met enerzijds het toenemend goederenvervoer over spoor, weg en water en anderzijds de behoefte om binnenstedelijk te kunnen bouwen. Daar komt nog eens bij dat als een goederentrein niet via route A kan, deze via route B moet. IHet gaat dus om een verdeelvraagstuk, waarbij eventuele aanpassingen omhoog of omlaag in onderlinge samenhang bezien moeten worden. Op korte en middellange termijn onderzoekt ze zowel de mogelijkheden voor een modal shift van spoor naar binnenvaart en buisleidingen, om productie en verwerking van gevaarlijke stoffen op dezelfde plek bijeen te brengen. Dan ontstaat er minder noodzaak voor vervoer (een voorbeeld daarvan is de afspraak over het einde van het chloorvervoer in Nederland). Ook wil ze prijsprikkels gebruiken om gebruik van de Betuweroute te stimuleren. 

Routeringsbesluit

Van Veldhoven geeft ook een toelichting op het routeringsbesluit als handhavingsinstrument om overschrijdingen op een traject aan te pakken. Ze stelt dat een routeringsbesluit op één traject zou leiden tot aanvullende overschrijdingen op andere trajecten. Daarom ziet ze dit als een 'ultimum remedium', maar ze wil het niet uitsluiten voor de toekomst.

Kamervragen

Bij de brief heeft ze de antwoorden gevoegd op verschillende Kamerleden over het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen:

Kamervragen SP

Kamervragen CDA / D66

Kamervragen VVD