Uitspraak in hoger beroep ProRail

Print     PDF

De Raad van State heeft uitspraak gedaan in het hoger beroep van ProRail tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een geding tussen ProRail en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Bij zes aan ProRail gerichte besluiten had de staatssecretaris besloten tot invordering van zes verbeurde dwangsommen van € 5.000 per overtreding.

Verplichtingen VSG

Aanleiding was dat toezichthouders van de Inspectie Verkeer en Waterstaat hadden geconstateerd dat ProRail als infrastructuurbeheerder niet voldeed aan de verplichtingen van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG). De door ProRail aangeleverde informatie over de aanwezigheid van gevaarlijke goederen in treinen en treinwagons op diverse spoorwegemplacementen, kwam niet overeen met de door de toezichthouders aangetroffen situatie.

W-Lis

ProRail betoogt onder andere dat zij door middel van het gebruik van het Informatiesysteem Gevaarlijke Stoffen (nu: Wagen Lading Informatie Systeem, W-Lis), de periodieke steekproefsgewijze controles en het vastleggen van afspraken met de vervoerders in de Toegangsovereenkomst, heeft voldaan aan haar verplichtingen volgens randnummer 1.4.3.6, aanhef en onder b, van de VSG.

Situatie ter plaatse

De rechtbank Midden-Nederland heeft geconstateerd dat ProRail tijdens controles op navraag van de inspecteurs informatie heeft verstrekt over treinen en sporen, maar dat deze informatie in al deze zes gevallen niet overeenkwam met de door de inspecteurs geconstateerde situatie ter plaatse. In de verschillende verstrekte sporenoverzichten werd geen melding gemaakt van treinen met gevaarlijke stoffen op het desbetreffende emplacement, terwijl de inspecteurs bij de controle constateerden dat daar wel een dergelijke trein was geplaatst.

Controle tussen sporen

De Raad van State volgt het betoog van ProRail, dat de rechtbank heeft miskend dat zij aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan, niet: "De rechtbank heeft terecht overwogen dat de controles die ProRail ten tijde van belang uitvoerde teneinde de juistheid en volledigheid van de informatie van de vervoerders te verifiëren, minder intensief waren dan de controles die de Inspectie uitvoert. ProRail controleerde, naar niet in geschil is, ten tijde van belang uit veiligheidsoverwegingen slechts vanaf veilige plaatsen, zoals bruggen, perrons en de zijkant van het spoor. De inspecteurs van de Inspectie betreden zo nodig ook het spoor, alsmede de looppaden tussen de sporen ten behoeve van de controles, aangezien de Inspectie zich op het standpunt stelt dat de controles zoals ProRail deze uitvoerde volstrekt onvoldoende zijn. Gelet op het voorgaande, heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat de controles ten tijde van belang niet afdoende waren."

De Raad van State gaat ook niet mee met de andere bezwaren van ProRail. De Raad verklaart het hoger beroep van ProRail ongegrond.

ECLI:NL:RVS:2018:3065