Uitspraak luchttransport kwik

Print     PDF

Op 29 januari heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een strafrechtzaak rond het:

  • (medeplegen van) opzettelijk ten vervoer aanbieden van een gevaarlijke stof (kwik) met luchtvaartuig zonder verleende erkenning (art. 6.55.1 Wet luchtvaart)
  • (medeplegen van) opzettelijk met luchtvaartuig ten vervoer aanbieden van vijf verfblikken met gevaarlijke stof (kwik) (art. 6.51.1 Wet luchtvaart).

Verdachte had op naam van een andere persoon bij een koeriersbedrijf een doos met verfblikken gevuld met kwik ter verzending aangeboden naar zijn zus in Suriname. De medepleger was hiervoor veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam, maar gaat hiertegen in beroep.

Wet luchtvaart of Kwikverordening?

Het beroep draait om de vraag of de uitleg van het bestanddeel gevaarlijke stoffen uitsluitend bepaald door Wet luchtvaart of ook door Verordening (EG) 1102/2008 (betreffende uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen)? Het verweer betoogt dat artikel 1.1 van de verordening bij uitleg van het begrip gevaarlijke stoffen in artikel 6.51.1 en 6.55.1 van de Wet luchtvaart (een bepalende) betekenis heeft. Volgens die redenering zou het verbod op de uitvoer van metallisch kwik gelden voor mengsels van metallisch kwik met een concentratie van ten minste 95 procent. Volgens het verweer voldoet het aangeboden kwikmengsel hier niet aan en zou er vrijspraak moeten volgen. 

Verwerping

De Hoge Raad beslist dat die opvatting, gelet op wetsgeschiedenis van Wet luchtvaart en preambule van verordening, geen steun vindt in het recht. De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat de Wet luchtvaart strekt tot bescherming van veiligheid van luchtvaart en de verordening beoogt risico op blootstelling aan kwik in het algemeen te beperken. Het oordeel van het Hof dat aan het begrip gevaarlijke stoffen een betekenis mag worden verleend die onafhankelijk is van de verordening, geeft derhalve niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad verwerpt het beroep.

ECLI-nummer: ECLI:NL:HR:2019:114