Geroeptoeter

Print     PDF
Auteur(s)
12 september 2018

Een paar weken geleden: lichte consternatie bij de brandweer in Nederland. Aanleiding is een artikel in het AD (16 augustus 2018), met de krantenkop: ‘Weinig kennis bij brandweer: bedrijven missen expertise hulpdiensten bij incidenten met gevaarlijke stoffen’

‘Onderzoek’

Het ‘onderzoek’ waarover dit artikel ging, is uitgevoerd in opdracht van/door evofenedex. Ik vind het ‘rapport’ op de website, ik kijk ernaar en ben behoorlijk verbaasd. Het is geen rapport, maar een ‘dump’ uit een digitale enquête, zonder analyses, zonder conclusies. Zeker van een onderzoek met de ambitieuze titel ‘Nationaal onderzoek gevaarlijke stoffen 2018’ verwacht je duiding over de aanleiding, doelstelling, populatie waaronder de enquête  is uitgezet, de periode van invullen, de responsanalyse naar sector, et cetera. Dit lijstje vragen met respons is de naam ‘rapport’ en ‘nationaal onderzoek’ onwaardig.

En dan de inhoud. De vragen zijn multi-interpretabel of de uitkomst zegt niets. Een voorbeeld:

Overheden en hulpdiensten worden over één kam geschoren. Wat is ‘adequaat reageren’? En wat wordt bedoeld met het ‘incident bestrijden’? Geldt dit voor alle sectoren die bevraagd zijn? En ook de ontkenning in de stelling (“niet in staat”) maakt beantwoording nogal lastig en suggestief. Et cetera.

Enfin: goed onderzoek uitvoeren (objectief, reproduceerbaar, betrouwbaar en valide) en daarover rapporteren is geen sinecure.

Krantenkop

De krantenkop in het AD-artikel is blijkbaar gebaseerd op de respons op één vraag, te weten bovengenoemde vraag 30. Het artikel in het AD lezende valt de inhoud mee: drie op de tien respondenten vindt dit. Wat minder meevalt is dat zes op de tien respondenten aangeeft de afgelopen vijf jaar incidenten met gevaarlijke stoffen te hebben meegemaakt (AD, 16 augustus 2018). Een stelling die geenszins de lading dekt. In een artikel waarvoor niet eerst wederhoor is toegepast met Brandweer Nederland, noch door het AD noch door evofenedex. En een artikel met een flinterdunne basis, hetgeen door een journalist als zodanig ook herkend had moeten worden.

Brandweer Nederland

Na wat overleg binnen de brandweer volgt hierop haar reactie, met de strekking dat alle mensen binnen de brandweer goed zijn opgeleid en getraind. Ik zou iets meer bescheidenheid hebben betracht: ten aanzien van ‘gevaarlijke stoffen’ gaat de stelling van Brandweer Nederland wat ver. Het vak van adviseur gevaarlijke stoffen bij de brandweer is moeilijk, en praktijkervaring is in sommige regio’s gering. Een dergelijke conclusie trok ik in 2012 na een uitgebreide enquête die door de brandweer, de transportsector en beleidmakers is ingevuld en die is aangevuld met enkele interviews en een grondige analyse: Het kennisniveau van de hulpdiensten over gevaarlijke stoffen, het voertuig en de bergingsmogelijkheden ten behoeve van de bestrijding van wegongevallen met gevaarlijke stoffen wordt maar als net voldoende beschouwd.

Is er na mijn onderzoek in 2012 niets gebeurd bij de brandweer? Zeker wel: Ik durf, zonder enquête, hier wel te ‘roeptoeteren’ dat in de samenwerking tussen verschillende partijen (bedrijfsleven en hulpverleningsdiensten) de afgelopen jaren duidelijk verbetering is gekomen. Maar dat laat onverlet dat kennis- en ervaringsopbouw over incidentbestrijding gevaarlijke stoffen een continu proces is waar zowel bedrijfsleven als brandweer in moet (blijven) investeren. Dat betekent kennis delen, weten van elkaar waar de sterke (en ook zwakke) punten zitten en derhalve openstaan voor elkaar.

Nils Rosmuller is lector Transportveiligheid bij het IFV

In Gevaarlijke Lading 5-2018 komt een artikel van Nils Rosmuller over dit onderwerp.

Rubriek
Tags