Binnenvaart wordt niet stilgelegd bij extreem slecht weer

Print     PDF
3 november 2018
Rubriek

Minister van Nieuwenhuizen (I&W) heeft schriftelijk gereageerd op twee onderzoeken naar aanleiding van de stuwaanvaring bij Grave, op 29 december 2016. Toen voer een beladen benzeertanker in zeer dichte mist door deze stuw heen. Het eerste onderzoek was in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het tweede onderzoek was door de Onderzoekraad voor Veiligheid. De minister reageert op de aanbevelingen die in de rapporten worden gedaan.

Handboek

Conform de aanbeveling uit het eerste rapport hebben de veiligheidsregio’s en Rijkswaterstaat een start gemaakt met het beter laten aansluiten van de regionale plannen op het ‘Handboek Incidentbestrijding op het Water’. Een andere aanbeveling ziet op het versterken van de robuustheid van de crisisorganisatie van Rijkswaterstaat; om dat doel te bereiken heeft de minister ook een aantal maatregelen genomen.

Verkeer stilleggen

De belangrijkste aanbeveling in het rapport van de Onderzoeksraad luidde: "Creëer voor Rijkswaterstaat als vaarwegbeheerder de wettelijke bevoegdheid en een daarop gebaseerd helder afwegingskader om bij extreme weersomstandigheden, het scheepvaartverkeer plaatselijk, geheel of gedeeltelijk, stil te leggen." De minister volgt deze aanbeveling niet op. Ze schrijft dat de regelgeving ervan uitgaat dat de verantwoordelijkheid voor de veiligheid aan boord te allen tijde bij de schipper ligt. De vaarwegbeheerder heeft weliswaar op grond van de Scheepvaartverkeerswet de bevoegdheid om aanwijzingen aan individuele schippers te geven, maar maakt daar, juist omwille van die verantwoordelijkheidsverdeling, zeer terughoudend gebruik van. Een algemene aanwijzing van de vaarwegbeheerder, zoals de OVV voorstelt, zou dit uitgangspunt doorbreken en daarmee ongewenste onduidelijkheid over verantwoordelijkheden creëren. Daarnaast zou een dergelijk verbod ook praktische problemen met zich meebrengen. Zo kunnen weersomstandigheden als mist lokaal soms sterk verschillen, waardoor het lastig is om het gebied en de duur van het verbod adequaat te bepalen. Tot slot is het de vraag, wat verstaan moet worden onder extreme omstandigheden en of dit voor ieder schip gelijk is, aldus Van Nieuwenhuizen. De meeste andere aanbevelingen uit het rapport neemt zij wel over. Zoals een initiatief om vanuit het ministerie van I&W afspraken te maken met de binnenvaart- en chemiesector. Dat initiatief is inmiddels genomen. 

Ook het CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer hebben per brief gereageerd op het onderzoek van de Onderzoeksraad.

Rapport 'Evaluatie crisisbeheersing Grave' (Berenschot, ministerie van I&W)

Rapport 'Stuwaanvaring door benzeentanker bij Grave' (Onderzoeksraad voor Veiligheid)

Bron
Tags